Als afgestudeerd Godsdienstwetenschapper is mij geleerd dat geloof pas na het ritueel komt. De Balie en BNR nieuwsradio loofden een prijs uit voor een ritueel wat Europese burgers verbindt. Een welkome uitdaging dus. De kern van een Europees ritueel moet gaan om verbondenheid in diversiteit zoals het devies van de EU 'in verscheidenheid verenigd' zo treffend zegt. Waarden waar de EU ooit mee begonnen is: vrede, verzoening, vrijheid en gerechtigheid moeten daarin een centrale rol hebben. Dat houdt in: elk land zijn eigen vorm, passend bij dat land én toch een element van verbondenheid..
Ik zie een dialoogdag voor mij met als titel Enlightening Europe. Op de Europese feestdag, 9 mei waarop uiteraard iedereen vrij is, staan in elk land dialoogtafels rondom een op te lossen thema, een wereldprobleem. Het is 9 mei 10 uur 's ochtends, in een 2 urige 'pressurecooker' wordt in elk Europees land in diverse steden aan verschillende tafels aan een oplossing gewerkt. Deze wordt op 1 a-4 opgeschreven en gemaild naar een centraal punt in het land waar de beste elementen uit de ideeën gehaald worden en worden samengevoegd. Om 14:00 uur gaan 2 a-4tjes per land richting Brussel. Hier worden weer de beste ideeën eruit gefilterd en in in het gezamenlijk ontwikkeld plan gezet. Dit wordt voorgelegd aan de Europese Ministers. Vanaf 18:00 uur vergaderen zij. Deze vergadering wordt vanaf 20:00 uur live uitgezonden. Zij hebben van tevoren de committment uitgesproken zich aan het plan te binden en zorgen binnen een uur dat de uitvoering in gang wordt gezet met concrete telefoontjes en mailtjes naar invloedrijken die het probleem kunnen oplossen. De uitkomst wordt vanaf 21:00 uur gezamenlijk gevierd in alle landen met grootse feesten. Dit begint met de ministers die sterretjes ontsteken en vuurwerk, waarna in alle andere Europese landen ook mensen sterretjes ontsteken en vuurwerk losbarst. Het licht wat via de ideeën van alle burgers in Brussel gekomen is wordt weer verspreid over Europa.
Zo heb je in één dag de werking van de EU in beeld gebracht, actief bijgedragen aan de democratie een wereldprobleem opgelost én een gevoel van verbondenheid gecreëerd. Niet bevangen door onmogelijkheden kijk je naar de potentie en de mogelijkheden om actief bij te dragen aan een betere wereld. Je creëert in één symbolische dag vrede, je viert je vrijheid en deelt in je gerechtigheid. Hiermee draag je bij aan de solidariteit en de harmonie tussen de volkeren van Europa én daarbuiten. Het op te lossen probleem moet met een redelijk budget, zeg 500 miljoen Euro op te lossen zijn. Dat is 1 Euro per Europese burger. Het Europees parlement heeft hiertoe van tevoren toestemming gegeven. De criteria waarop de voorstellen beoordeeld worden moeten van tevoren helder zijn. Zij moeten voldoen aan de 'Great place to live' normen. Wat zeggen wil, bijdragen aan een rechtvaardige samenleving, integer en doeltreffend zijn. Politieke concessies zijn uitgesloten. Over het thema wat gekozen wordt voor die dag kunnen alle Europese burgers van te voren stemmen. Alles natuurlijk gepaard met live-televisie in alle landen. Ook online live uitwisseling tussen landen is mogelijk in de tijdens de dag. Aan het eind zijn de beste elementen uit de ideeën samengevoegd en is niet meer herkenbaar wat van welk land komt. De taal is essentieel waarin het gebeurd, dit zullen voor de landen de landstalen zijn, die vertaald worden in het Engels. De diversiteit is hiermee een eenheid geworden.
Wat betreft de symbolen waar jullie naar vragen. Deze moeten leeg genoeg zijn zodat een ieder er zijn eigen invulling aan kan geven, zoals bijvoorbeeld de onbekende soldaat. Als hier namen onder zouden staan is de algemeenheid weg. De Europese dialoog is het perfecte symbool voor de huidige netwerksamenleving, iedereen draagt persoonlijk iets bij met een mooiere wereld als uitkomst. De huidige techniek maakt dit mogelijk en hier maken wij dan ook gebruik van. Je wordt als het ware collega Europeaan, samenwerkend vanuit je eigenheid. De kracht hiervan is dat er zoveel denkkracht gemobiliseerd wordt die wordt ingezet om een dilemma op te lossen dat het risico erg groot is dat dit ook daadwerkelijk wordt opgelost. Deels door de ministers, deels door de burgerinitiatieven die ontstaan én de samenwerkingsverbanden die worden aangegaan. Met het ritueel van de dialoogtafels sterken wij onze gezamenlijke Europese wortels in een symbolische handeling. Wij laten met zijn allen het licht over Europa schijnen, ieder op zijn eigen manier en toch in gedachten verbonden.
Een andere belangrijke voorwaarde voor een ritueel is dat er handelingen ontstaan die niet gecontroleerd kunnen worden, maar die wel een tastbaar resultaat hebben. Alle plannen worden als het ware op magische wijze, volgens de Great Place To Live criteria, verwerkt met één document als uitkomst waar uitvoering aan gegeven wordt. Het is een handeling (denken, plannen en uitvoeren) die in alle gebieden van het culturele leven te vinden zijn. Het patroon van een ritueel, breuk, crisis, oplossing en reïntegratie komen er ook in terug. Je breekt bestaande patronen open door nieuwe input, je verkeert in crisis omdat je niet weet wat ermee gaat gebeuren en er komt een oplossing die geïntegreerd wordt in het leven door deze gezamenlijk te vieren. Vervolgens identificeert iedereen zich hiermee omdat het uit de gezamenlijke koker komt. Dit politieke ritueel scherpt het besef aan wat er in de wereld gaande is. Het personaliseerd in de vorm en verbindt.
Deze verbinding treed al direct aan het begin van de dag op, je weet je persoonlijk verbonden met de rest van Europa die ook zijn hoofd buigt over hetzelfde dilemma. De grote Europese wereld wordt met jouw individualiteit verbonden omdat jij (of iemand die je kent) eraan bijdraagt. Deze verbondenheid komt aan het eind weer terug als je met alle Europese burgers de uitkomst gezamenlijk viert. Je weet je verbonden met je mede Europeanen die ook een sterretje ontbranden en het licht over Europa laten schijnen. Er ontstaat een gevoel van een collectief van individuen die vanuit de zelfde intentie ergens aan bijgedragen hebben door hun licht te laten schijnen en daardoor één groot symbolisch netwerk van licht gecreëerd hebben wat gevierd wil worden.
Men wil het ons maar al te vaak anders voorspiegelen, maar rituelen zijn een belangrijk deel van de politieke activiteit. Macht zit namelijk niet in een apparaat of instituut, maar bij individuen. Dit proces wordt door het dialoog ritueel inzichtelijk gemaakt. De Europese Unie wordt van fantasie van het dagelijks leven tot iets tastbaars waar een ieder aan kan bijdragen. Wij vieren als het ware de menselijke afhankelijkheid van elkaar. Het laat zien dat elke individuele inbreng hard nodig is om tot het ultieme plan te komen. Het drukt onze sociale afhankelijkheid uit en de ervaringen van het individu worden gekoppeld aan sociale krachten. Het is immers zinnenprikkelend om met elkaar de wereld om ons heen opnieuw te structureren.
Zoals gezegd, symbolen zijn voor meerdere opvattingen te hebben, dat maakt hun werking uit. Er moet een mythos aanhangen. De mythos van Europa als rechtvaardig, groots, meeslepend, weldoend en visievol.
Deze symbolische handeling ordent de wereld en maakt inzichtelijk hoe Europa werkt en sterkt het vertrouwen in de grootsheid en goedheid van het Europese idee. Het is als het ware het Europese besluitvormingsproces in een hogedrukpan. Het roept het verlangen naar het theatrale op en schept een sterke emotionele betrokkenheid waardoor andere dimensies vergeten worden. Het representeert een emotioneel beeld dat (ver)bindend is en boven elke discussie verheven. Hoe inhoudelijk het symbolische karakter van de Europese dialoog ook kan zijn, het essentiële punt is de vorm, niet de inhoud. Dit symbool ordent de chaotische wereld van Europese beslissingen waarop wij geen grip denken te hebben en personaliseert Europa. Het maakt het onzichtbare zichtbaar en plaatst het in de belevingswereld van Europese burgers.
vrijdag 17 juli 2009
dinsdag 17 maart 2009
ONDER DRUK WORDT ALLES PLAT. Over verlies en hervinden van zin op je werk.
Dit stuk is ook gepubliceerd in Albert Camus, het vakblad voor geestelijk verzorgers.
Werk is op dit moment dé bepalende factor in onze samenleving, nog nooit hebben zoveel mensen, zowel mannen als vrouwen, zoveel tijd op de werkvloer doorgebracht. De manier van omgang met elkaar, de productiemiddelen en de omgeving zijn onherroepelijk van invloed op de omgangsvormen buiten het werk. Als men op de werkvloer de menselijke waardigheid vergeet slaat dat onherroepelijk over op de samenleving. Alleen al daarom is aandacht voor een werkplek waar men zich als mens gewaardeerd ziet van essentieel belang. Een plek waar men als mens kan groeien, op zijn of haar eigen tempo in een bad van integriteit en vertrouwen.
De realiteit is echter -zoals zo vaak- wat weerbarstiger. Het blijkt uit verschillende onderzoeken dat mensen hun werk veelal niet als zinvol ervaren. Zin is hier bedoelt als bezielt zijn met levenslust. Levenslust die bezielend antwoord geeft op de vraag, ‘waarom doe ik wat ik doe’, en ‘waarom ben ik hier’. Arbeid behoort deel te zijn van dit grotere ik, arbeid behoort zin te geven. Het behoort te passen in het grote plaatje van de bijdrage die elk individu hier op aarde wil leveren. Áls een bedrijf het gevoel kan geven van een zinvol ingebed zijn voelt de werknemer zich meer op zijn plaats, zich als mens gewaardeerd, is er minder sprake van ziekteverzuim, is men creatiever, beter en sneller. Een zogenaamde win-win situatie. Om dit te realiseren binnen de werkcontext is ruimte voor reflectie van groot belang. Vragen als ‘wat vind ik belangrijk in mijn werk?’ en ‘waar bloei ik van op?’ moeten de ruimte krijgen. Heldere antwoorden op deze vragen zijn essentieel voor het goed functioneren van werknemers en voor het klimaat in het bedrijf. Bewust in het leven staan en daarmee ook bewust in je werk gaan dan hand in hand.
Als onlangs afgestudeerde Godsdienstwetenschapper zie ik om mij heen een boel mensen die vol goede moed aan hun baan beginnen. Omdat het zo leuk is, omdat zij zich daar kunnen ontwikkelen, omdat de carrièreperspectieven zo ongelofelijk goed zijn. Er zijn zelfs een aantal die menen zich binnen de gekozen baan uitstekend te kunnen ontwikkelen. Ja zelfs hun idealen na te kunnen streven. Echter al snel komen ze erachter dat goede ideeën niet altijd gewaardeerd worden. Ze krijgen te horen dat ze ‘hun plek in de organisatie’ moeten weten, en als ze iets voor elkaar willen krijgen ze de paden moeten bewandelen die de organisatie voor hun heeft bedacht. Ze lopen vast in de structuur. Het blijkt in de praktijk lastig vast te houden aan je waarden, aan wat je belangrijk vindt, aan hoe jij graag zou willen (samen)werken. De zin in het werk gaat dan veelal verloren. Hoe los je dat dilemma op, hoe zorg je ervoor dat je de zin niet verliest?
Jonge mensen zijn gewend aan de netwerksamenleving, waar iedereen direct aanspreekbaar is, op gelijke voet staat en waar het om de ideeën en het hoogste ideaal gaat. Niet wie het doel realiseert staat centraal, maar dat het gerealiseerd wordt staat in het middelpunt. Samen, ieder in zijn eigen kracht. Wie hulp nodig heeft zal deze ook krijgen. Dit impliceert vertrouwen, wederzijds respect en integriteit. In de vrije sector schijnt dat te werken. Neem bijvoorbeeld martijn Aslander (www.martijnaslander.nl) Hij noemt zichzelf lifehacker, en laat in allerlei verschillende contexten zien hoe je leven een stuk handiger, eenvoudiger en beter georganiseerd kan worden als je handig gebruikt maakt van de gereedschappen van de 21e eeuw. Hij schept op een creatieve manier ruimte om weer te kunnen spelen met je gereedschap computer. Dit ‘kunnen spelen’ binnen je werk is voor mij een essentieel punt.
Wat mij opvalt in veel beroepen, zelfs in zogenamade Research en Development afdelingen heb ik het gezien, is dat de werkdruk zo hoog is dat er absoluut geen ruimte is om te innoveren. Juist die mensen van wie vernieuwing en creativiteit wordt verwacht blijken in de praktijk vaak overbelast te zijn. Vaak met taken die averechts staan op de eigenlijke inhoud van het werk. Men moet regelen, administreren, overzicht houden, alles wat wij tegenwoordig onder de term managen samen zouden vatten. Kortom, het dilemma van de professional die ‘corvee moet doen’ zoals Mathieu Weggemans dat zou noemen. Er is geen ruimte om ook eens een doodlopende weg in te slaan om te kunnen ontdekken dat ook hier interessante zaken op je pad kunnen liggen. Onder een dergelijke druk wordt alles plat. Mijn vriendin maakt dit aan den lijve mee. Zij heeft de leukste baan die er te bedenken is, kan al haar idealen realiseren en werkt met de beste mensen samen. En toch, om in de creatieve stroom te komen lukt alsmaar niet. De regelzaken staan haar in de weg. Ik stond versteld hoe snel zij daardoor de zin in haar werk verloor. Het verliezen van zin is dus zelfs in een vrije, creatieve omgeving mogelijk waar alle ruimte is voor reflectie. Zij doet nu afstand van ‘de corvee’ en gaat weer als professional bezig. Gelukkig heeft zij zelf de ruimte gezocht om te bezinnen, rust te nemen, te luisteren en te handelen.
Wat zij heeft gedaan is, zonder dat zij het doorhad, een beetje Benedictijns. Wil Derkse beschrijft een drie staps remedie uit de Benedictijnse kloosterorde die erg goed in onze huidige hectische tijd kan worden toegepast. Hij stelt dat wij af moeten van pseudo activiteit. Pseudo activiteit is de schijn ophouden dat wij druk bezig zijn terwijl wij energie en kwaliteit laten aftappen door zaken die niet in dat tijdvak thuishoren. Stabilitas oftwel ‘ dranbleiben’ en geconcentreerde aandacht voor waar je mee bezig bent is dan ook de eerste voorwaarde die hij noemt. Als tweede noemt hij Conversio morum ofwel, dagelijkse aandacht voor kwaliteitsverbetering. Steeds een klein stapje vooruit. Het derde punt is Obiedentia ofwel luisteren en gehoorzaamheid. Oplettend en gespitst zijn naar wat er werkelijk in je omgeving gebeurt, maar ook wat er in jezelf gebeurt. Invoelen wat nodig is en je werk en de klant of het product centraal stellen, niet jezelf. Echter, zonder jezelf te vergeten of over te belasten.
Deze drie simpele stappen gaan dieper dan ze op het eerste gezicht lijken. Zij zorgen ervoor dat er weer voedingsbodem kan ontstaan en scheppen ruimte voor wat ons bezield in ons werk. Een ruimte die zin geeft. Niet alleen zin in de diepere betekenis van het woord, maar ook als plezier. Het brengen en houden van zin in je werk is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het individu. Je zelf vragen stellen, luisteren naar wat je lichaam zegt en je niet te veel conformeren als de omgeving dit niet waardeert. Bij jezelf blijven is in deze erg belangrijk. Stel jezelf de vraag ‘ waar bloei ik van op?’ En ga vervolgens na wat er moet gebeuren om dit op jouw werkplek te realiseren. Het wordt dan mogelijk om een geïntegreerd leven te leiden. Simpelweg door je eigen morele waarden te verwezenlijken en deze vanuit innerlijke gedrevenheid en doorleefde motivatie de wereld in te dragen. Daar bloeit een mens van op. Als die ruimte niet wordt genomen, als die bloesems niet worden gevoed drogen zij uit en kunnen alleen nog in een kunstmatige kas overleven. Als iemand dan het licht uitdoet rest alleen nog maar duisternis. Het is daarom van belang je eigen verantwoordelijkheid te nemen en je niet al te afhankelijk van je omgeving te maken. Wees je eigen wegwijzer, juist daar waar niet over de zin wordt nagedacht.
Werk is op dit moment dé bepalende factor in onze samenleving, nog nooit hebben zoveel mensen, zowel mannen als vrouwen, zoveel tijd op de werkvloer doorgebracht. De manier van omgang met elkaar, de productiemiddelen en de omgeving zijn onherroepelijk van invloed op de omgangsvormen buiten het werk. Als men op de werkvloer de menselijke waardigheid vergeet slaat dat onherroepelijk over op de samenleving. Alleen al daarom is aandacht voor een werkplek waar men zich als mens gewaardeerd ziet van essentieel belang. Een plek waar men als mens kan groeien, op zijn of haar eigen tempo in een bad van integriteit en vertrouwen.
De realiteit is echter -zoals zo vaak- wat weerbarstiger. Het blijkt uit verschillende onderzoeken dat mensen hun werk veelal niet als zinvol ervaren. Zin is hier bedoelt als bezielt zijn met levenslust. Levenslust die bezielend antwoord geeft op de vraag, ‘waarom doe ik wat ik doe’, en ‘waarom ben ik hier’. Arbeid behoort deel te zijn van dit grotere ik, arbeid behoort zin te geven. Het behoort te passen in het grote plaatje van de bijdrage die elk individu hier op aarde wil leveren. Áls een bedrijf het gevoel kan geven van een zinvol ingebed zijn voelt de werknemer zich meer op zijn plaats, zich als mens gewaardeerd, is er minder sprake van ziekteverzuim, is men creatiever, beter en sneller. Een zogenaamde win-win situatie. Om dit te realiseren binnen de werkcontext is ruimte voor reflectie van groot belang. Vragen als ‘wat vind ik belangrijk in mijn werk?’ en ‘waar bloei ik van op?’ moeten de ruimte krijgen. Heldere antwoorden op deze vragen zijn essentieel voor het goed functioneren van werknemers en voor het klimaat in het bedrijf. Bewust in het leven staan en daarmee ook bewust in je werk gaan dan hand in hand.
Als onlangs afgestudeerde Godsdienstwetenschapper zie ik om mij heen een boel mensen die vol goede moed aan hun baan beginnen. Omdat het zo leuk is, omdat zij zich daar kunnen ontwikkelen, omdat de carrièreperspectieven zo ongelofelijk goed zijn. Er zijn zelfs een aantal die menen zich binnen de gekozen baan uitstekend te kunnen ontwikkelen. Ja zelfs hun idealen na te kunnen streven. Echter al snel komen ze erachter dat goede ideeën niet altijd gewaardeerd worden. Ze krijgen te horen dat ze ‘hun plek in de organisatie’ moeten weten, en als ze iets voor elkaar willen krijgen ze de paden moeten bewandelen die de organisatie voor hun heeft bedacht. Ze lopen vast in de structuur. Het blijkt in de praktijk lastig vast te houden aan je waarden, aan wat je belangrijk vindt, aan hoe jij graag zou willen (samen)werken. De zin in het werk gaat dan veelal verloren. Hoe los je dat dilemma op, hoe zorg je ervoor dat je de zin niet verliest?
Jonge mensen zijn gewend aan de netwerksamenleving, waar iedereen direct aanspreekbaar is, op gelijke voet staat en waar het om de ideeën en het hoogste ideaal gaat. Niet wie het doel realiseert staat centraal, maar dat het gerealiseerd wordt staat in het middelpunt. Samen, ieder in zijn eigen kracht. Wie hulp nodig heeft zal deze ook krijgen. Dit impliceert vertrouwen, wederzijds respect en integriteit. In de vrije sector schijnt dat te werken. Neem bijvoorbeeld martijn Aslander (www.martijnaslander.nl) Hij noemt zichzelf lifehacker, en laat in allerlei verschillende contexten zien hoe je leven een stuk handiger, eenvoudiger en beter georganiseerd kan worden als je handig gebruikt maakt van de gereedschappen van de 21e eeuw. Hij schept op een creatieve manier ruimte om weer te kunnen spelen met je gereedschap computer. Dit ‘kunnen spelen’ binnen je werk is voor mij een essentieel punt.
Wat mij opvalt in veel beroepen, zelfs in zogenamade Research en Development afdelingen heb ik het gezien, is dat de werkdruk zo hoog is dat er absoluut geen ruimte is om te innoveren. Juist die mensen van wie vernieuwing en creativiteit wordt verwacht blijken in de praktijk vaak overbelast te zijn. Vaak met taken die averechts staan op de eigenlijke inhoud van het werk. Men moet regelen, administreren, overzicht houden, alles wat wij tegenwoordig onder de term managen samen zouden vatten. Kortom, het dilemma van de professional die ‘corvee moet doen’ zoals Mathieu Weggemans dat zou noemen. Er is geen ruimte om ook eens een doodlopende weg in te slaan om te kunnen ontdekken dat ook hier interessante zaken op je pad kunnen liggen. Onder een dergelijke druk wordt alles plat. Mijn vriendin maakt dit aan den lijve mee. Zij heeft de leukste baan die er te bedenken is, kan al haar idealen realiseren en werkt met de beste mensen samen. En toch, om in de creatieve stroom te komen lukt alsmaar niet. De regelzaken staan haar in de weg. Ik stond versteld hoe snel zij daardoor de zin in haar werk verloor. Het verliezen van zin is dus zelfs in een vrije, creatieve omgeving mogelijk waar alle ruimte is voor reflectie. Zij doet nu afstand van ‘de corvee’ en gaat weer als professional bezig. Gelukkig heeft zij zelf de ruimte gezocht om te bezinnen, rust te nemen, te luisteren en te handelen.
Wat zij heeft gedaan is, zonder dat zij het doorhad, een beetje Benedictijns. Wil Derkse beschrijft een drie staps remedie uit de Benedictijnse kloosterorde die erg goed in onze huidige hectische tijd kan worden toegepast. Hij stelt dat wij af moeten van pseudo activiteit. Pseudo activiteit is de schijn ophouden dat wij druk bezig zijn terwijl wij energie en kwaliteit laten aftappen door zaken die niet in dat tijdvak thuishoren. Stabilitas oftwel ‘ dranbleiben’ en geconcentreerde aandacht voor waar je mee bezig bent is dan ook de eerste voorwaarde die hij noemt. Als tweede noemt hij Conversio morum ofwel, dagelijkse aandacht voor kwaliteitsverbetering. Steeds een klein stapje vooruit. Het derde punt is Obiedentia ofwel luisteren en gehoorzaamheid. Oplettend en gespitst zijn naar wat er werkelijk in je omgeving gebeurt, maar ook wat er in jezelf gebeurt. Invoelen wat nodig is en je werk en de klant of het product centraal stellen, niet jezelf. Echter, zonder jezelf te vergeten of over te belasten.
Deze drie simpele stappen gaan dieper dan ze op het eerste gezicht lijken. Zij zorgen ervoor dat er weer voedingsbodem kan ontstaan en scheppen ruimte voor wat ons bezield in ons werk. Een ruimte die zin geeft. Niet alleen zin in de diepere betekenis van het woord, maar ook als plezier. Het brengen en houden van zin in je werk is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het individu. Je zelf vragen stellen, luisteren naar wat je lichaam zegt en je niet te veel conformeren als de omgeving dit niet waardeert. Bij jezelf blijven is in deze erg belangrijk. Stel jezelf de vraag ‘ waar bloei ik van op?’ En ga vervolgens na wat er moet gebeuren om dit op jouw werkplek te realiseren. Het wordt dan mogelijk om een geïntegreerd leven te leiden. Simpelweg door je eigen morele waarden te verwezenlijken en deze vanuit innerlijke gedrevenheid en doorleefde motivatie de wereld in te dragen. Daar bloeit een mens van op. Als die ruimte niet wordt genomen, als die bloesems niet worden gevoed drogen zij uit en kunnen alleen nog in een kunstmatige kas overleven. Als iemand dan het licht uitdoet rest alleen nog maar duisternis. Het is daarom van belang je eigen verantwoordelijkheid te nemen en je niet al te afhankelijk van je omgeving te maken. Wees je eigen wegwijzer, juist daar waar niet over de zin wordt nagedacht.
vrijdag 27 februari 2009
kerk en netwerksamenleving
Kerk in Netwerk, de ideale combinatie
Grenzen vervagen, oude instituten zijn niet meer. Wat vroeger de zuilen waren, de bolwerken van vakbonden, omroepen, kerken en andere organisaties, zijn in ogen van velen slechts nog overblijfselen uit vervlogen tijden. Emile Durkheim concludeerde aan het eind van de 19e eeuw dat de manier waarop mensen met elkaar omgaan ten diepste verandert is. Het duizenden jaren oude grondpatroon van menselijk samenleven, de gemeenschap, had plaats gemaakt voor een nieuw patroon, de organisatie. Inmiddels heeft de organisatiesamenleving plaats gemaakt voor de netwerksamenleving. Er is een nieuwe tijd aangebroken. Mensen organiseren zich niet meer als gezamenlijk collectief. Maar als individuen, allemaal met een eigen kleur en eigen interesse die zich op intentieniveau ontmoeten. De netwerksamenleving is niet het idee van oude jongens krentenbrood, nee. In de huidige netwerken gaat het over échte verbindingen, échte en hechte sociale contacten. Men ontmoet elkaar op individuele basis omdat men iets voor elkaar kan betekenen. De huidige generatie twintigers en dertigers zoekt naar de verbintenis van mens tot mens. Hier hoeven geen bindende en organiserende instituten meer aan te pas te komen. Jongeren zijn niet anders gewend dan snel contacten te leggen, msn en sms kent u wellicht, maar wat dacht u van twitter, facebook, linkedin? Onze generatie is in staat om razendsnel, gelijkgezindten te vinden, af te spreken met elkaar, zaken te doen of gewoon een goed gesprek te voeren. Door de virtuele (lees deugdelijke) kennismaking weet men direct tot de essentie van elkaars ontmoeting door te dringen. Binnen deze creatieve klasse is men niet meer vreemd voor elkaar, ook al heb je elkaar nog nooit ontmoet. Je weet immers waar je het over gaat hebben en hebt op zijn minst één gezamenlijk raakvlak, thema of businesscase die je wilt uitwerken. Wellicht anders dan je zou denken is deze creatieve klasse erg betrokken bij de samenleving en het bouwen aan een mooiere wereld.
Als kerk, het zingevend instituut bij uitstek, kun je hier uitstekend op inhaken. Onder deze jongeren is er een serieuze vraag naar zingeving. Jongeren vragen zich af hoe zij hun idealen waar kunnen maken, wat de grondprincipes zijn waarnaar zij leven, wat zij écht belangrijk vinden. Vragen als ‘hoe richt ik mijn leven in?, ‘waar doen wij het voor?’ ‘wat is mijn unieke bijdrage aan de wereld?’ en ‘Hoe draag jij bij aan een betere wereld?’ zijn veelgehoord. Het ontbreekt jongeren vaak aan rolmodellen en handvaten die richting kunnen geven in de worsteling die ze hebben in het maken van hun keuzes.
Als je als kerk op een ongedwongen manier ruimte schept om op deze vragen te kunnen reflecteren, ontstaat er echte verbinding. De kerk kent zelf idealen, is zelf verbindend, en heeft een boel wijsheid waarmee zij rust in de jonge levens kan brengen. Mijn boodschap in deze is simpel Deel de eigen wijsheid op een gelijkwaardige manier. Laat zien hoe je geloof als leidraad in je leven kunt gebruiken, en dan niet de dogma’s of de letterlijke bijbelteksten. De kerk kan dit doen in een moderne netwerk vorm; als een dynamische en gelijkwaardige gemeenschap, waar geleefd wordt: “waar twee of meer in mijn naam verenigd zijn ben ik in hun midden” (Mt 18:20)
Volgens mij is het verbinden de belangrijkste kern van het geloof. Verbinden met de hoogste bron, en verbinden van mensen. Wat ik voorstel is een plek te creëren waar men op een gelijkwaardige en ongedwongen manier kan spreken en contact met elkaar kan leggen. Als je als dit als kerk faciliteert, een platform biedt waar jongeren kunnen reflecteren, waar ruimte wordt gecreëerd voor hun vragen zonder met pasklare antwoorden te komen, maar gewoon het antwoord uit de groep laat komen ‘crowdsourcing’ heet zoiets tegenwoordig; dan faciliteer je de jongeren in hun eigen weg, én krijgen zij een positief beeld bij ‘de kerk’. Een warm bad van herinnering en herkenning. Men zal terugdenken aan een plek waar je kon denken, vrij zijn en geïnspireerd worden wél je idealen na te leven, Dat kan nog maar zelden namelijk. Gestimuleerd worden in je idealen, zelfbevestiging krijgen. Erkenning dat je niet de enige bent die zoekende is. Ik wil ervoor pleiten dat je als bisdom, kerk of moskee ontmoetingen mogelijk maakt. Een plek waar je als gelijkwaardigen in gesprek kunt gaan, de bisschop, de directeur, de werkeloze, de kunstenaar, de rabbi allemaal individuen met een verhaal. Als dat gedeeld wordt ontstaat er Leven. Door de ontmoeting ontwaakt de Geest. Dit is wat voor mij de kerk is. Daar zijn geen bakstenen voor nodig. Ik vraag de nederigheid om de eigen waarheid niet alleen van de kansel te verkondigen, maar ook om ‘de boer op te gaan’ en de harten en de geesten van de mensen te inspireren.
Door in dergelijke bijeenkomsten te focussen op het existentiële niveau van geloof, het zingevend kader, ontstaat er ruimte. Door niet uit te gaan van het tekort -help, de parochies lopen leeg- maar van overvloed ontstaat er ruimte. Bied als kerk alle levenswijsheid aan die je hebt. Functioneer als levend, zingevend en verbindend geheel. Ontsluit jongeren de religieuze taal die de betekenismogelijkheden creëert in het dagelijks leven. Die als richtsnoer kan dienen, en gebeurtenissen een plek geeft. Het geloof als inspiratie en handelsoriëntatie voor het dagelijkse leven. De boodschap van het geloof gaat dieper dan de dogma’s. Als instituut kun je de ruimte geven om de gemeenschapszin van jongeren te bekrachtigen, het wij van hun sociale lichaam bevestigen. Hun stimuleren hun talent en roeping te volgen. Het beeld heerst dat religie vastomlijnd is en gepaard gaat met een star wereldbeeld, een kerkelijk instituut dat de grondteksten naar de letter opvat, geen ruimte laat voor individualisatie, eigen invulling, eigen rede. Het is tijd voor een herinterpretatie. Doorbreek deze weerstand door haar te benoemen en in de praktijk te tonen dat geloof altijd geherinterpreteerd wordt, dat niet de dogma’s maar de levensinvulling centraal staan. Deel je wijsheid, niet om mensen lid te maken, (als dat je intentie is gaat het mis) maar omdat je graag wilt delen in je eigen beleving. Laat mensen verder vrij wat zij daarmee doen. Als zij willen bijdragen zullen zij vanzelf komen. Heb vertrouwen in het netwerk. Maar zet wel de eerste stap en nodig uit.
Grenzen vervagen, oude instituten zijn niet meer. Wat vroeger de zuilen waren, de bolwerken van vakbonden, omroepen, kerken en andere organisaties, zijn in ogen van velen slechts nog overblijfselen uit vervlogen tijden. Emile Durkheim concludeerde aan het eind van de 19e eeuw dat de manier waarop mensen met elkaar omgaan ten diepste verandert is. Het duizenden jaren oude grondpatroon van menselijk samenleven, de gemeenschap, had plaats gemaakt voor een nieuw patroon, de organisatie. Inmiddels heeft de organisatiesamenleving plaats gemaakt voor de netwerksamenleving. Er is een nieuwe tijd aangebroken. Mensen organiseren zich niet meer als gezamenlijk collectief. Maar als individuen, allemaal met een eigen kleur en eigen interesse die zich op intentieniveau ontmoeten. De netwerksamenleving is niet het idee van oude jongens krentenbrood, nee. In de huidige netwerken gaat het over échte verbindingen, échte en hechte sociale contacten. Men ontmoet elkaar op individuele basis omdat men iets voor elkaar kan betekenen. De huidige generatie twintigers en dertigers zoekt naar de verbintenis van mens tot mens. Hier hoeven geen bindende en organiserende instituten meer aan te pas te komen. Jongeren zijn niet anders gewend dan snel contacten te leggen, msn en sms kent u wellicht, maar wat dacht u van twitter, facebook, linkedin? Onze generatie is in staat om razendsnel, gelijkgezindten te vinden, af te spreken met elkaar, zaken te doen of gewoon een goed gesprek te voeren. Door de virtuele (lees deugdelijke) kennismaking weet men direct tot de essentie van elkaars ontmoeting door te dringen. Binnen deze creatieve klasse is men niet meer vreemd voor elkaar, ook al heb je elkaar nog nooit ontmoet. Je weet immers waar je het over gaat hebben en hebt op zijn minst één gezamenlijk raakvlak, thema of businesscase die je wilt uitwerken. Wellicht anders dan je zou denken is deze creatieve klasse erg betrokken bij de samenleving en het bouwen aan een mooiere wereld.
Als kerk, het zingevend instituut bij uitstek, kun je hier uitstekend op inhaken. Onder deze jongeren is er een serieuze vraag naar zingeving. Jongeren vragen zich af hoe zij hun idealen waar kunnen maken, wat de grondprincipes zijn waarnaar zij leven, wat zij écht belangrijk vinden. Vragen als ‘hoe richt ik mijn leven in?, ‘waar doen wij het voor?’ ‘wat is mijn unieke bijdrage aan de wereld?’ en ‘Hoe draag jij bij aan een betere wereld?’ zijn veelgehoord. Het ontbreekt jongeren vaak aan rolmodellen en handvaten die richting kunnen geven in de worsteling die ze hebben in het maken van hun keuzes.
Als je als kerk op een ongedwongen manier ruimte schept om op deze vragen te kunnen reflecteren, ontstaat er echte verbinding. De kerk kent zelf idealen, is zelf verbindend, en heeft een boel wijsheid waarmee zij rust in de jonge levens kan brengen. Mijn boodschap in deze is simpel Deel de eigen wijsheid op een gelijkwaardige manier. Laat zien hoe je geloof als leidraad in je leven kunt gebruiken, en dan niet de dogma’s of de letterlijke bijbelteksten. De kerk kan dit doen in een moderne netwerk vorm; als een dynamische en gelijkwaardige gemeenschap, waar geleefd wordt: “waar twee of meer in mijn naam verenigd zijn ben ik in hun midden” (Mt 18:20)
Volgens mij is het verbinden de belangrijkste kern van het geloof. Verbinden met de hoogste bron, en verbinden van mensen. Wat ik voorstel is een plek te creëren waar men op een gelijkwaardige en ongedwongen manier kan spreken en contact met elkaar kan leggen. Als je als dit als kerk faciliteert, een platform biedt waar jongeren kunnen reflecteren, waar ruimte wordt gecreëerd voor hun vragen zonder met pasklare antwoorden te komen, maar gewoon het antwoord uit de groep laat komen ‘crowdsourcing’ heet zoiets tegenwoordig; dan faciliteer je de jongeren in hun eigen weg, én krijgen zij een positief beeld bij ‘de kerk’. Een warm bad van herinnering en herkenning. Men zal terugdenken aan een plek waar je kon denken, vrij zijn en geïnspireerd worden wél je idealen na te leven, Dat kan nog maar zelden namelijk. Gestimuleerd worden in je idealen, zelfbevestiging krijgen. Erkenning dat je niet de enige bent die zoekende is. Ik wil ervoor pleiten dat je als bisdom, kerk of moskee ontmoetingen mogelijk maakt. Een plek waar je als gelijkwaardigen in gesprek kunt gaan, de bisschop, de directeur, de werkeloze, de kunstenaar, de rabbi allemaal individuen met een verhaal. Als dat gedeeld wordt ontstaat er Leven. Door de ontmoeting ontwaakt de Geest. Dit is wat voor mij de kerk is. Daar zijn geen bakstenen voor nodig. Ik vraag de nederigheid om de eigen waarheid niet alleen van de kansel te verkondigen, maar ook om ‘de boer op te gaan’ en de harten en de geesten van de mensen te inspireren.
Door in dergelijke bijeenkomsten te focussen op het existentiële niveau van geloof, het zingevend kader, ontstaat er ruimte. Door niet uit te gaan van het tekort -help, de parochies lopen leeg- maar van overvloed ontstaat er ruimte. Bied als kerk alle levenswijsheid aan die je hebt. Functioneer als levend, zingevend en verbindend geheel. Ontsluit jongeren de religieuze taal die de betekenismogelijkheden creëert in het dagelijks leven. Die als richtsnoer kan dienen, en gebeurtenissen een plek geeft. Het geloof als inspiratie en handelsoriëntatie voor het dagelijkse leven. De boodschap van het geloof gaat dieper dan de dogma’s. Als instituut kun je de ruimte geven om de gemeenschapszin van jongeren te bekrachtigen, het wij van hun sociale lichaam bevestigen. Hun stimuleren hun talent en roeping te volgen. Het beeld heerst dat religie vastomlijnd is en gepaard gaat met een star wereldbeeld, een kerkelijk instituut dat de grondteksten naar de letter opvat, geen ruimte laat voor individualisatie, eigen invulling, eigen rede. Het is tijd voor een herinterpretatie. Doorbreek deze weerstand door haar te benoemen en in de praktijk te tonen dat geloof altijd geherinterpreteerd wordt, dat niet de dogma’s maar de levensinvulling centraal staan. Deel je wijsheid, niet om mensen lid te maken, (als dat je intentie is gaat het mis) maar omdat je graag wilt delen in je eigen beleving. Laat mensen verder vrij wat zij daarmee doen. Als zij willen bijdragen zullen zij vanzelf komen. Heb vertrouwen in het netwerk. Maar zet wel de eerste stap en nodig uit.
donderdag 26 februari 2009
de toekomst van religie in Nederland
Kom ik net van de faculteit godsdienstwetenschap en godgeleerdheid, een debat over de toekomst van de religie in Nederland. Heb ik nog nooit meegemaakt, ik dacht hier gaat het echt ergens over. Ging het over het instituut kerk en of dat er over 12 jaar nog zou zijn. Niet over nieuwe vormen van religiositeit, niet over de existentiële kant van geloven. Niet over moslims, hindoes en spirituelen. De sprekers waren niet in staat om een nieuw toekomstperspectief te schetsen.Men dacht in denominaties, ging niet naar de essentie van het geloof. Naar waar mensen elkaar zouden kunnen vinden. Het gebouw van de kerk werd benadrukt. In mijn ogen is de kerk als sociale ontmoetingsplaats inderdaad niet meer. Die functie wordt nog maar mondjesmaat vervult. De behoefte om te geloven neemt volgens statistieken van het CBS juist niet af. Dit betekend dat er ook een toekomst is voor religie in Nederland. Naar mijn idee zit die toekomst in de netwerksamenleving. Daar waar mensen zich van hart tot hart gaan verbinden, en in het midden van de samenleving gaan staan, met elkaar bouwen aan een great time to live. Verbinden over religieuze muren en denominaties heen, met een gezamenlijk doel: de wereld mooier maken. Er was niemand die over verbinden sprak, uitermate vreemd in een wetenschappelijke setting, juist hier had ik de bruggenbouwers verwacht.
Abonneren op:
Reacties (Atom)